Welcome Guest [Log In] [Register]

Puntentelling:

1614:

28 December: Het huwelijk
1 Januari: Einde vakantie




nu: Januari
Lessen:

Magische Sport


Dringende Vacatures:

• Docent Leer der Toverspreuken
• Docent Chemie der Magie
• Docent Waarzeggerij
• Docent Magische Talen

Andere Vacatures
Add Reply
Image and video hosting by TinyPic Ministerie van Magie
Verdriet en een kus; Privétopic Aislynne Clarick & Noxwell Caindale
Topic Started: Sep 24 2011, 02:13 PM (286 Views)
Aislynne Howard
Member Avatar
Lady Zeurkous
Het was stil in de bibliotheek, maar niet zo stil als normaal. Als je heel goed luisterde, kon je namelijk een vreemd geluid horen. Een geluid wat helemaal niet in een bibliotheek hoorde. Het leek wel een soort gesnik, alsof er iemand stilletjes zat te huilen in de bibliotheek. Als je het geluid volgde, helemaal tot achter de grootste boekenkast die het verst achterin stond, ontdekte je dat er ook inderdaad iemand stilletjes zat te huilen in een hoekje van de bibliotheek. Een meisje met donkere krullen en een bleke huid, gekleed in een trendy Engelse jurk, zat met haar knieën opgetrokken en haar armen eromheen geslagen en haar hoofd naar beneden stilletjes te huilen. Hoewel een huilend meisje misschien niet eens zo heel vreemd was, zullen alle mensen op Château het erover eens zijn dat het wel raar was dat juist dit meisje huilde. De naam van het meisje was namelijk Aislynne Clarick, lady Aislynne Clarick en ze stond erom bekend niet zo heel aardig te zijn. Sterker nog, de meeste mensen vonden Aislynne Clarick een enorme b*tch en dachten dat ze geen gevoel had. Maar meisjes zonder gevoel huilen niet.

En Ai huilde wel. Ze had het al de hele week ingehouden, omdat ze zich tegenover de rest van Château groot en sterk voor moest doen, maar nu was het haar allemaal te veel geworden. Ze kon er gewoon niet meer tegen. Bijna twee maanden waren er verstreken sinds ze in Frankrijk was aangekomen en ze kon er maar niet aan wennen. Ze wist dat iedereen dacht dat het haar eigen schuld was en dat ze zich niet wilde aanpassen, maar die mensen hadden geen idee. Ai deed ontzettend haar best om tussen de mensen hier te passen, maar het lukte haar gewoon niet, hoe hard ze het ook probeerde. Het begon al met de taal. Natuurlijk had ze thuis lessen Frans gehad, en natuurlijk had ze haar best gedaan, maar talen waren gewoon niet haar sterkste punt. En niemand deed hier ook maar zijn best om haar te verstaan. Nee, Ai verlangde naar huis. Naar de Engelse landhuizen en paleizen, naar de Engelse taal en de Engelse landschappen, naar alles wat ook maar enigszins Engels was.

Naar haar familie. Toen ze uit Engeland vertrok was ze kwaad geweest, op haar ouders, haar bedienden, zelfs op haar kleine broertje die er helemaal niks aan kon doen. Ze hadden haar verraden door haar naar Frankrijk te sturen en daar was ze kwaad op geweest. Ze had er op vertrouwd dat ze binnen een week een gezelschapsdame en bediende in Frankrijk zou kunnen vinden en vriendinnen kon maken in de Franse society. Ze had naar huis willen schrijven dat het haar in Frankrijk heel goed beviel en dat ze haar familie helemaal niet nodig had. Maar oh wat dat ze het fout gehad. Het leek wel of iedereen hier haar haatte, alsof ze helemaal niks goed kon doen. De andere meisjes, die allemaal van lage geboorte waren, leken haar allemaal te haten en te verachten. Ze waren zelfs begonnen om haar met opzet te pestten en hoewel Ai wel deed alsof het haar allemaal niks kon schelen en ze de meisjes ver beneden haar stand vond, deed het haar toch veel pijn. Ze had wél een hart, wat al de anderen ook mochten denken en haar hart deed verdomd veel pijn. Achter haar grote mond ging een eenzaam en onzeker meisje schuil, een meisje wat dolgraag aan de wereld wilde laten zien hoe ze écht was. Maar hier kreeg ze de kans niet voor.

Plotseling klonk er echter een ander geluid in de bibliotheek, het geluid van voetstappen. Zo snel en goed als ze kon droogde Ai haar ogen en draaide zich om terwijl ze een willekeurig boek pakte, zodat het net leek alsof ze op de grond zat om een boek te pakken. Met een stem die nog steeds een beetje trilde en waar nog een lichte snik in te horen was, vroeg ze in haar beste Frans: "Wie is daar?"

Off: Dit is dus een privétopic tussen Nox & Ai (niet dat er andere mensen zijn, mais bon, het gaat om het idee). Oh, en jij mag verzinnen welk boek Ai gepakt heeft, want ze heeft het zelf nog niet gezien (ja, het mag ook iets heel raars zijn. Verzin iets leuks xD)
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Noxwell Caindale
Member Avatar
Opperpuber
Nox vloekte bij zichzelf omdat hij was vergeten het boek: Magische Noten en Bijbehorende Klanken uit de bibliotheek te halen. Niet dat hij "Magisch Zingen" (alleen al de naam was belachelijk) zo belangrijk voor hem was. En het was ook niet zo dat mademoiselle Maryse Leblanc hem zoveel kon schelen. Die ongetrouwde hoer met haar bastaard kon hem gestolen worden. Het was dat ze hem, om onverklaarbare reden, serieus haatte. En als hij een fout maken, zoals bijvoorbeeld zonder het verdomde boek in de les komen opdagen, dan lag hij eruit. En dat zou niet erg gewaardeerd worden door het schoolhoofd, en zij kon hem wel schelen. Zij kon hem van school trappen, en dat betekende naar huis gaan, wat hij misschien nog wel graag wilde, maar als het was omdat hij van school was getrapt had zijn vader nog een reden om hem te straffen. En bij deze zouden geen vraagtekens worden gezet.

Buiten dat was hij daardoor gedwongen om 's avond laat (de avondklok zou in minder dan een uur ingaan en bijna iedereen was al in de slaapzalen, onder hun warme dekens de kou aan het vermijden) naar de bibliotheek te gaan. Hij liep met ferme passen de bibliotheek binnen en liep meteen naar de sectie voor Magisch Zingen. Na een paar passen stopte hij echter al. Hij luisterde goed en stelde vast dat het niet zijn verbeelding was geweest. Een zacht gesnik weerklonk in de bibliotheek. Hij liep er op af en keek langs de boekenkast waar het geluid vandaan was gekomen. Een meisje zat op de grond met een boek in haar handen. Het maanlicht viel vanuit een raam precies op haar gezicht en verbaasd herkende hij lady Aislynne Clarick. Hij was even van zijn stuk gebracht door de ongelofelijk schoonheid van de jonge vrouw. Haar krullen hingen slordig uit haar normaal gesproken zo mooie kapsel en de tranen hadden diepe sporen getrokken in haar make-up. Haar jurk hing gekreukt om haar heen en haar betraande ogen schitterden in het maanlicht. Op een vreemde manier raakte deze schoonheid hem op een manier die hij onmogelijk kon beschrijven.

'Wie is daar?' vroeg ze trillend. Nox werd binnen een paar seconde terug op aarde gezet. Hij realiseerde zich dat hij haar niet kon zien in het duister. Hij liep naar voren. 'Niemand in het bijzonder,' antwoordde hij. 'Maar dat is dan ook iedereen in het bijzijn van lady Aislynne Clarick.' Hij kon de vleierij niet onderdrukken. Bovendien meende hij het, tot zijn eigen verbazing, op dit moment ook met heel zijn hart. Maar het daaropvolgende moment voelde hij hoe hij zijn masker van beleefdheid en vleierijen van zich af liet glijden, en alweer zonder er zelf controle over te hebben. 'Wat doe je hier?' uit zijn stem klonk gemeende bezorgdheid. Hij liep nog wat dichter naar haar toe en ging op zijn knieën voor haar zitten. Hij wierp een blik op het boek. Hij sloeg een hand voor zijn mond, maar zijn lach was nog steeds duidelijk eroverheen te horen. Snel onderdrukte hij de lach, en nog steeds half lachend zei hij: 'Ik neem aan niet om het boek "De Mannelijke Anatomie" te lezen? Of vergis ik me nu in hoe toegewijd je bent aan Magische Chemie?'
Edited by Noxwell Caindale, Sep 24 2011, 03:51 PM.
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Aislynne Howard
Member Avatar
Lady Zeurkous
“Niemand in het bijzonder,” was het antwoord, en het kwam uit de mond van Noxwell Caindale. Oké, Ai, diep ademhalen nu. Er zat een voordeel, maar ook een groot nadeel aan het feit dat hij het was. En om te beginnen met het goede nieuws, het waren gelukkig niet Diana of Lise of wie dan ook. Als één van hen haar zo had zien huilen dan was ze haar leven niet meer zeker. Dan had ze er net zo goed meteen een eind aan kunnen maken. Noxwell was de enige persoon op heel deze stomme school die aardig tegen haar was geweest en haar vast niet ging uitlachen of alles doorvertellen. Aan de andere kant wist ze ook niet zeker of ze wel wilde dat Noxwell haar zo zag. Er was tijdens het valentijnsbal iets tussen hen gebeurd wat ze liever ontkende en wat haar een raar gevoel bezorgde. Ze wílde niet dat Noxwell haar zo zag, met haar haren half los, haar gezicht nat van de tranen en haar jurk scheef en gekreukt. En toch was ze blij dat hij er was. Het was alsof haar hart een sprong van vreugde had gemaakt die ze niet kon negeren. Ze was blij dat hij er was. Ze was altijd blij als hij bij haar in de buurt was. Hij gaf haar het gevoel ergens bij te horen.

“Maar dat is dan ook iedereen in het bijzijn van lady Aislynne Clarick,” vervolgde Noxwell en hoewel Ai het zo hard mogelijk probeerde te voorkomen, voelde ze een rode blos over haar wangen trekken. Fraai was dat. Dat moest ook nog maar bijkomen. Nu zag ze er helemaal niet meer uit, terwijl Noxwell daar zo hoffelijk stond. Ze wist heus wel dat Noxwell tegen iedereen (of in ieder geval alle meisjes) zo deed, maar het maakte haar niks uit. Als hij maar zo tegen haar deed. Haar wangen werden nog roder toen ze zichzelf betrapte op de gedachte dat Noxwell niet alleen heel hoffelijk naar haar stond te kijken, maar dat hij ook nog eens goddelijk mooi was. Niet alleen zijn ogen waren prachtig, maar ook de vorm van zijn gezicht, zijn mooie haar en de vorm van zijn lippen. Oh God. Ze kon alleen nog maar aan die lippen denken, hoe mooi ze waren, hoe ze zouden aanvoelen, hoe ze... Ze moest weg. Weg van Château. Niet alleen omdat ze eenzaam was, maar ook vanwege Noxwell. Hij deed iets met haar wat ten strengste verboden was. Ze was een eerbare vrouw. En eerbare vrouwen deden geen dingen die ten strengste verboden waren. Ten strengste verboden, maar oh zo fijn.

“Wat doe je hier?” vroeg hij plotseling en zowel de toon van zijn stem als de uitdrukking op zijn gezicht veranderden. Hij keek niet meer zo ‘hoffelijk’, maar eerder bezorgd. Alsof het hem echt wat kon schelen wat ze hier deed en waarom ze huilde. Voorzichtig keek ze hem aan. “Ik… ik… ik kwam een boek halen. Natuurlijk,” mompelde ze, terwijl ze het boek in haar handen omhooghield. Ze had nog steeds niet bekeken welk boek het was. Vast iets saais over geschiedenis of iets anders Frans.
“Ik neem aan niet om het boek ‘De Mannelijke Anatomie’ te lezen? Of vergis ik me nu in hoe toegewijd je bent aan Magische Chemie?” Met een ruk trok Ai het boek weer terug en keek ernaar, met een uitdrukking op haar gezicht die het best was te omschrijven als afgrijzen. Inderdaad, het boek heette ‘de mannelijke anatomie’ en op de voorkant stond een afbeelding die ze liever niet had gezien. Oh God, waarom moest dit haar nu weer overkomen. Waarom?

Plotseling werd ze overspoeld door een nieuw gevoel van schaamte, wat een gevoel van boosheid veroorzaakte. Waarom was hij hier in hemelsnaam naartoe gekomen? Waarom moest hij haar nu net zo zien en waarom deed hij in hemelsnaam zo tegen haar? Waar had ze dit aan verdiend? Woest kwam ze overeind, waardoor er waarschijnlijk helemaal niks meer overbleef van haar elegante verschijning, maar goed, dat was dan maar zo. Ze moest Noxwell nu voor eens en voor altijd de waarheid vertellen. En goed. “Nu moet jij eens heel goed luisteren, meneertje ‘niemand in het bijzonder’, ik ben hier gekomen omdat het de enige plek in deze hele verdomde school is waar ik met rust wordt gelaten, dus ik stel het niet op prijs als jij me hier komt lastig vallen ja? En wat kan het je ook eigenlijk schelen wat ik hier doe en hoe ik me voel? Ik weet heus wel dat het jou, net als de rest van deze school helemaal niks kan schelen. Helemaal niks. Dus alsjeblieft, donder op en laat me alleen!” Helaas was ze na de eerste zin haar zelfbeheersing verloren en de laatste zin kwam er dan ook als een snik uit.

Woest snikkend zakte ze weer neer op de grond. Ze wilde dat Noxwell wegging en haar met rust liet. Ze wilde dat de hele school haar met rust liet. Ze wilde naar huis.
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Noxwell Caindale
Member Avatar
Opperpuber
Nog steeds met tranen in zijn ogen van het lachen, zag hij niet hoe Ai's verdrietige gezicht overging naar schaamte en daarna boosheid. Het kwam dan ook als een klap in zijn gezicht toen ze tegen hem begon te schreeuwen. Nou had hij ergens wel boosheid verwacht, maar het was met name de furie van haar woorden die hem zo verbaasde. 'Nu moet jij eens heel goed luisteren, meneertje "niemand in het bijzonder", ik ben hier gekomen omdat het de enige plek in deze hele verdomde school is waar ik met rust wordt gelaten, dus ik stel het niet op prijs als jij me hier komt lastig vallen ja?' Geschrokken deinsde Nox een stap achteruit. 'En wat kan het je ook eigenlijk schelen wat ik hier doe en hoe ik me voel?' Haar boosheid kakte met deze zin opeens verschrikkelijk in en hij voelde hoe de pijn waaruit ze eerst haar boosheid had opgewekt haar nu te veel werd. 'Ik weet heus wel dat het jou, net als de rest van deze school helemaal niks kan schelen. Helemaal niks.' Nieuwe tranen verschenen in haar ogen. 'Dus alsjeblieft, donder op en laat me alleen!' Hij keek naar haar gezicht terwijl ze langzaam weer tegen de muur aan zakte en de tranen over haar wangen stroomden en voelde hoe het een vreemd gevoel in hem losmaakte. Een gevoel dat hij nog nooit eerder had gevoeld. Een vreemde combinatie van medeleven, het verlangen om het over te nemen en nog iets dat helemaal onmogelijk was om te beschrijven. Hij ging er bijna zelf van huilen.

Op dat moment voelde hij een connectie met haar. Hij voelde alles wat ze voelde, waar ze mee worstelde. Hij voelde haar eenzaamheid en de jaloezie die ze tegenover zichzelf probeerde te ontkennen. Hij zag het schild dat ze tegen hem had opgeworpen. En voelde waarom ze het had gedaan. Hij voelde wat zij voor hem voelde en dat het gevoel wederzijds was. Hij zag hoe haar moreel haar van haar verlangens weerhield en zag hoeveel pijn het haar deed om deze afstand te scheppen. En met alles in zijn hart wilde hij die pijn wegnemen. Hij wilde haar gezicht zien terwijl het geluk en blijdschap uitstraalde, en niet het soort dat hij tot nu toe had gezien, niet het soort dat ze fakete voor de wereld.

Zonder dat hij zelf doorhad wat hij aan het doen was, stapte hij naar voren, ging op zijn knieën voor haar zitten en sloeg zijn armen om haar heen. Hij drukte haar tegen zich aan en zei zachtjes in haar oor: 'Het is een masker, is het niet? Wat je altijd ophoudt om jezelf te beschermen, maar waarmee je ook iedereen van je vandaan houdt?' Hij liet haar weer langzaam terugzakken op de vloer en keek haar in de ogen. 'Het is niet waar. Je bent niet alleen. Je hebt mij.' En toen leunde hij naar voren en kuste haar.
Edited by Noxwell Caindale, Sep 25 2011, 08:29 AM.
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Aislynne Howard
Member Avatar
Lady Zeurkous
Hij boog voorover en omhelsde haar. Terwijl zij daar als een hoopje ellende tegen de muur aangedrukt lag te huilen, boog Noxwell Caindale zich over haar heen en omhelsde haar. Het was fout. Oh zo fout, maar toch duwde ze hem niet weg. Het was een maar een omhelzing en die had ze nu echt nodig. Iemand om haar verdriet weg te nemen. Iemand om mee te praten. En als Noxwell de enige in dit verdomde land was die naar haar wilde luisteren en haar wilde troosten, dan moest dat maar. Dan moest ze er maar mee leren leven dat hij een jongen was en zij een meisje. Ze waren gewoon vrienden. Daar was niks mis mee. Daar kwamen geen roddels van, geen schandaal. Waarschijnlijk besefte ze het niet helemaal, maar Noxwell deed iets met haar dat haar rustig maakte. Door deze omhelzing kwam ze weer een beetje tot bedaren. Alsof ze niet alleen was.

“Het is een masker, is het niet? Wat je altijd ophoudt om jezelf te beschermen, maar waarmee je ook iedereen van je vandaan houdt?” had hij in haar oor gefluisterd en zodra hij haar losliet knikte ze. Ze wilde haar hoofd afwenden, maar het lukte haar niet om haar ogen van zijn prachtige gezicht los te rukken. “Noxwell…” mompelde ze zachtjes, al wist ze eigenlijk niet waarom. Ze wilde gewoon zijn naam zeggen. Alles wat hij had gezegd klopte. Ja, alles was een masker. Al haar afschuw voor ‘gewone’ mensen, haar afschuw voor Frankrijk en voor Château, het was allemaal gespeeld. Het was allemaal bedoeld om haar ware gevoelens verborgen te houden voor de buitenwereld. Eindelijk had ze iemand gevonden die het wist, die het begreep. Die haar gevoelens begreep. Oh, waarom wilde ze toch zo graag al haar gevoelens met Noxwell delen? Zelfs de gevoelens die ze hem nooit zou kunnen vertellen popelden om uitgesproken te worden, lagen zelfs al op haar tong te wachten. Wat deed hij toch met haar?

Net toen ze zichzelf er op betrapte wéér naar hem te staren, waarbij ze vooral weer wegdroomde bij zijn ogen en mond, doorbrak hij de opnieuw gevallen stilte. Hij keek haar diep in de ogen en zei zachtjes: “Het is niet waar. Je bent niet alleen. Je hebt mij.” Een lichte glimlach vormde zich rond Ais mond. Nee. Ze was inderdaad niet alleen. Ze merkte dat hij zich langzaam voorover boog, naar haar toe en zonder te beseffen wat ze deed bewoog ze zelf ook dichter naar Noxwell toe. Haar laatste gedachte ging ongetwijfeld weer over zijn lippen en plots voelde ze ze. Eindelijk. Zijn lippen op de hare. Hij zoende haar. Haar hart ging als een razende tekeer en hoewel haar verstand schreeuwde dat ze hem los moest laten, zoende ze hem vurig terug. Het was verkeerd, maar voor heel even maakte het haar helemaal niet uit. Ze wilde Noxwell zoenen, hem aanraken en God wist wat nog meer. Op dit moment was ze niet Aislynne Clarick, niet de verloofde dochter van een hertog. Ze was gewoon een dolverliefd meisje wat met haar minnaar zoende. En God wat voelde het goed.

Tot ze zich besefte waar ze mee bezig was. Ze was niet één of andere dolverliefde boerendochter, maar een verloofde dame van adel. Dit kon niet. Geschrokken rukte ze zich los uit Noxwells omhelzing en sloeg hem vol in zijn gezicht. Ze sloeg zo hard dat ze er zelf een beetje van schrok, maar dat verborg ze door kwaad overeind te stuiven. “Hoe durf je?!” gilde ze naar hem. “Hoe kun je?! Dat je dit nou met al die anderen doet, oké! Maar met mij? Hoe durf je met mijn gevoelens te spelen? Hoe durf je?! Ik ben verloofd! Dat weet je!” Ze voelde hoe de tranen opnieuw over haar wangen stroomden, maar dit keer was ze niet van plan om zich door Noxwell te laten troosten, hoe graag ze dat ook wilde. “Laat me met rust! Voor altijd!” gilde ze, waarna ze zo hard als ze kon wegrende.

Pas bij de deur van de bibliotheek hield ze stil. Haar blik viel op het boek, wat ze nog steeds in haar inmiddels aardig verkrampte hand hield en wat nu nat van de tranen was. Opnieuw druppelde er een traan op en ze klemde het stevig tegen haar borst, alsof het boek een stukje van Noxwell bevatte. Ze moest hier weg, dat wist ze maar al te goed. Weg van hier en weg van Noxwell. Dat was het beste voor iedereen, dat wist ze maar al te goed. Maar waarom wilde ze dan zo graag dat hij haar achterna kwam?
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Noxwell Caindale
Member Avatar
Opperpuber
In dat ene ogenblik was alles perfect. Alles viel op z'n plaats. Aislynne, Ai... het betekende liefde, had hij eens gehoord, in het verre oosten. Zo ver weg... maar op dit moment leek hij daar te zijn. Op een plaats hier ver vandaan waar er geen complicaties waren. Geen geweten. Geen verplichtingen. Geen ouders die hun kinderen in de steek laten. En geen adellijke titels en verlovingen die in de weg konden staan van liefde. Alleen hij. Alleen haar. Alleen hen. Hen samen, wegdromend bij een zonsondergang, even rood als hun liefde vurig was, waar ze konden leven in vrede en met hun vervulde verlangens. En in dit moment was hij gelukkig vanuit het diepste van zijn hart.

Maar toen voelde hij hoe ze wegtrok en het moment was voorbij. En de verre droom was weer wat het was, een verre droom. Het was of een deel uit hem werd losgerukt en het deed ongelofelijke pijn. Hij voelde hoe haar gedrag was veranderd, hoe ze het masker weer opzette en de muur weer opbouwde en hij wist dat het nu moeilijker zou zijn te doorbreken zoals hem eerder was gelukt, zelfs al was het maar voor een moment. Een moment van puur geluk. Wezenloos over deze nieuw gevonden pijn keek hij omhoog, in haar ogen. En hij liet haar kwaadheid over zich heen spoelen.

Een keiharde klap bracht hem terug naar de realiteit. Omdat hij het niet had zien aankomen, verloor hij zijn evenwicht en knalde bijna tegen de vloer aan. 'Hoe durf je?!' gilde ze, alsof ze het zelf niet net zo graag had gewild. 'Hoe kun je?! Dat je dit nou met al die anderen doet, oké! Maar met mij?' Zijn ogen werden groot. Waar had ze het over? 'Hoe durf je met mijn gevoelens te spelen? Hoe durf je?! Ik ben verloofd! Dat weet je!' Ja hij wist het, jammer genoeg wel. Het was hetgeen wat haar er zo vurig van weerhield met hem te zijn. 'Laat me met rust! Voor altijd!' Schreeuwde ze met tranen in haar ogen. Toen stormde ze langs hem weg.

Zonder te kunnen reageren bleef hij op de grond zitten. Hij voelde pijn. Pijn vanbinnen, waar zijn hart was, en pijn van buiten, waar zijn wang langzaam maar zeker begon te branden. Eindelijk ademde hij uit. Hij duwde zich overeind totdat hij tegen de muur zat. Pas toen kwam in volle besef in hem op wat hij had gedaan. Hij had eerder gekust. Hij had het grappig gevonden van tijd tot tijd een meisje, of evengoed een vrouw, volledig van haar stuk te brengen, maar dat was anders geweest. Hij had niets voor hen gevoeld, niet behalve het vermaak dat hij zo makkelijk met hun gevoelens kon spelen. Dat was waar ze het over had gehad. Hoe durf je met mijn gevoelens te spelen? Ze dacht dat hij alleen maar met haar speelde. Als een gruwelijke soort van vermaak. Ze dacht dat ze niets om hem gaf. Maar gaf hij dan om haar? Ze was een verloofde vrouw. Een verloofde vrouw van hoge adel. En bovendien een die tegen alles was waar hij voor stond... Nee, dat was niet waar. Hij had het gevoeld. Hij had haar gevoelens gevoeld, hoe vreemd dat ook klonk, in dat ene ogenblik van volkomen samenzijn. Dat hij, Noxwell Caindale, nog is verliefd zou worden. Hij schudde zijn hoofd. Nee, dat was hier het punt niet, hij dwaalde van het probleem af. Hij kon nooit met haar samenzijn, en zij wist dat, daarom dacht ze dat hij alleen maar met haar gevoelens speelde. Maar dat mocht ze niet denken, ze mocht niet denken dat wat ze net hadden gehad niet echt was geweest. Maar wilde hij eigenlijk wel dat ze dat wist? Ze was ongelukkig, en zou hij haar niet alleen maar nog ongelukkiger maken als ze zich realiseerde dat er iets stond tussen haar en haar toekomst met een rijke en adellijke verloofde? Waarom zou zij hem überhaupt kiezen. Dat zou een leven van armoede betekenen. Het enige wat hij haar kon geven was liefde. En liefde was een fabeltje, toch? Liefde was niet nodig voor een succesvol huwelijk. En het weten dat hij er was, een optie op meer, dat zou haar alleen maar ongelukkig maken.

Moeizaam kwam hij overeind, wetend welke oneindig pijnlijke taak voor hem lag. Hij moest nog met haar spreken, voordat hij het niet meer durfde. Het moest nu gebeuren. Hij begon te lopen, en hij versnelde zijn pas, en toen rende hij, steeds sneller en sneller naar de ingang van de bibliotheek. Hij probeerde de pijn die hij voelde er nu al uit te rennen, zelfs al wist hij dat het onmogelijk was. En toen zag hij haar. Bij de ingang van de bibliotheek. Plotseling liep hij een stuk langzamer, de confrontatie vermijdend. Maar dat kon niet eeuwig doorgaan. Hij haalde diep adem en probeerde zijn stem onder controle te houden, probeerde de tranen die over zijn wangen rolden ervandaan te houden, ze mocht kosten wat het kost niet weten wat er in hem omging. 'Het was een act.' Het kwam er vreemd stabiel uit, hij kon amper geloven dat dit ongelofelijke geweld van emoties er niet in doorklonk. 'Ik probeerde je inderdaad alleen maar te bespelen. Het is ook zo verdomd saai in dit stomme kasteel. En om gezoend te hebben met de beruchte Aislynne Clarick, kijk dat kan niet iedereen zeggen...' Door zijn wazige ogen heen keek hij naar haar achterhoofd en wachtte tot ze iets zou zeggen. Hij voelde het vurige verlangen dat ze zich zich om zou draaien en zou zeggen dat ze het niet geloofde, dat ze wist dat het niet waar was, dat ze door hem heen zag. Maar hij wenste dat ze zo zou blijven staan, van hem afgekeerd, en dat ze zou weglopen, daarmee trachtend alle banden van liefde die tussen hen in waren door te snijden en iets achter te laten dat even pijnlijk was als wanneer het een werkelijk lichaamsdeel was geweest.
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
Aislynne Howard
Member Avatar
Lady Zeurkous
En hij kwam achter haar aan. Ze hoorde zijn voetstappen en ze voelde hem. Eén seconde, één hele seconde lang, dacht ze dat hij op haar af zou stormen en dat hij haar zou omhelzen. Dat hij haar zou vertellen dat het allemaal niet uitmaakte, dat hij van haar hield en dat ze voor altijd samen zouden zijn, dat de rest van de wereld er niet toe deed. Eén seconde lang vulde haar hoofd zich met gelukkige gedachten. Helaas is één seconde snel voorbij en het Noxwell zelf die de illusie verbrak. “Het was een act,” zei hij en met die drie woordjes sloeg hij glashard alle illusies die Ai ooit in haar leven had gehad kapot.Het was alsof de klap die zij hem had gegeven was teruggekaatst, maar dan nog veel harder en haar vol in haar gezicht had geraakt. “Noxwell,” mompelde ze, haar stem vol pijn, maar ze wist dat het geen zin had. Hij zou haar niet zeggen dat hij van haar hield en dat ze voor altijd samen zouden zijn. Hij hield niet van haar.

“Ik probeerde je inderdaad alleen maar te bespelen. Het is ook zo verdomd saai in dit stomme kasteel. En om gezoend te hebben met de beruchte Aislynne Clarick, kijk dat kan niet iedereen zeggen...” Ze kon nog net een snik onderdrukken bij het horen van deze keiharde woorden en besloot dat het voorbij moest zijn. Ze moest onder ogen zien dat dit de waarheid was, de misschien keiharde maar ook makkelijke waarheid. Ze hoefde nu niemand voor te liegen, ze hoefde niet meer te doen alsof. Ze was verloofd, ze kon gewoon met haar verloofde trouwen en ze zou nooit meer anders aan Noxwell denken dan als een arrogante klasgenoot van lagere adel. Ze veegde onopvallend haar tranen weg, hoewel dit haar nu toch al rode en behuilde gezicht waarschijnlijk nog verder ruïneerde, haalde diep adem en zette haar gezicht op de uitdrukking die iedereen zo goed van haar kende. Arrogantie. Minachting. Haat. Haar blik werd ijskoud, alsof ze geen enkele emotie kende. Dit was haar masker en de enige manier voor haar om te kunnen overleven.

Langzaam draaide ze zich om, waarbij ze Noxwell recht in de ogen keek. “Mooi. Om gelijk maar even duidelijk te zijn, ik voel ook niks voor jou. Ik was eenzaam en liet me gaan. Maar ik ben verloofd en deze winter ga ik trouwen en ik houd van mijn verloofde. Niet van jou. Laat dat duidelijk zijn en val me nooit meer lastig. Je weet wie ik anders in zal schakelen.” Haar stem klonk ijskoud en hatelijk, maar dat was de enige manier om de emoties die in haar rondvlogen en vochten om een plekje onder controle te houden. “Vaarwel, Noxwell Caindale,” zei ze als afscheid, al wist ze natuurlijk dat het niet echt een vaarwel was. Ze zou hem nog vaak genoeg tegen komen, maar ze zou hem nooit meer als ‘aardig’ beschouwen. Opnieuw draaide ze zich, opende deur en liep weg.

De hele weg naar de slaapzaal liep ze kalm en zonder te huilen en zonder eigenlijk te merken waar ze mee bezig was trok ze eenmaal aangekomen haar nachtkleding aan en ging op bed liggen. Nog steeds kwamen er geen tranen, kwam er geen verdriet. Het was alsof ze helemaal verdoofd was, alsof ze nooit meer in staat zou zijn om iets te voelen. Na een kwartier rolde er een eenzame traan over haar wang. Slapen kon ze echter niet, al viel ze een paar keer in een lichte, verwarde slaap waarin haar dromen maar over één iemand gingen. Oh Noxwell…
Offline Profile Quote Post Goto Top
 
1 user reading this topic (1 Guest and 0 Anonymous)
ZetaBoards - Free Forum Hosting
Join the millions that use us for their forum communities. Create your own forum today.
« Previous Topic · Leerjaar 1613 · Next Topic »
Add Reply